Meer vragen, minder weten; de schijnparticipatie voorbij

Een sociale energietransitie


Échte participatie is nodig, juist voor een complex vraagstuk als een sociale energietransitie. Complex omdat het verschillende domeinen overlapt en integreert. Complex omdat er zoveel verschillende behoeften vanuit bewoners bestaan, omdat er zoveel belangen vanuit verschillende organisaties spelen. Complex omdat het niet één, maar twee doelen tegelijk nastreeft: duurzaam én sociaal. We zijn op zoek naar echt nieuwe antwoorden die ieder voor zich niet kan bedenken.

In de publieke sector worden ontwerpers [niet: esthetisch vormgever] steeds vaker uitgenodigd om mee te werken aan complexe maatschappelijke vraagstukken. Social design noemen we dat dan. Waarom? Omdat ontwerpers zijn getraind vraagstukken beet te pakken waar nog geen antwoord op is. Ze zijn relatief comfortabel met deze ambiguïteit en onzekerheid. Daarnaast ligt het accent van ontwerpers vaak op het inbrengen van de subjectieve menselijke waarden. En ze hebben vertrouwen dat een creatieve integratie van een veelheid aan belangen mogelijk is, wanneer je samen de belangen goed leert kennen en zo naast elkaar gaat staan. Deze denk- en werkwijze komen logischerwijs mooi van pas om participatie van de grond te krijgen. Toch hebben wij gemerkt dat het integreren van de denk- en werkwijzen van de publieke sector en ontwerpers nog niet zo eenvoudig is.

Dit artikel is het ongeplande, maar welkome resultaat van onze betrokkenheid in een Community of Practice met achttien middelgrote gemeenten rondom het thema ‘energietransitie voor huishoudens met een smalle beurs’. Dit artikel omvat de lessen die we als ontwerpers – tot nu toe – hebben geleerd. Onze hartenkreet is om ambtenaren meer ruimte te laten voelen om open het gesprek aan het gaan met diegenen die het gaat raken. We hebben gedurende het traject begrip en sympathie gevoeld voor ambtenaren die op een missie zijn die niet eenvoudig is. Onze intentie was – en is nog steeds – om ambtenaren en hun omgeving te inspireren met de werkwijze van ontwerpers. Een werkwijze die aan ambtenaren ruimte biedt voor acceptatie van het niet weten en handvaten geeft om samen te ontdekken. Participatie gaat volgens ons over het ontwikkelen en herstellen van relaties, waarvan we meer en meer (onder)bewust voelen dat we daar baat bij hebben. Niet of-of oplossingen, maar én-én oplossingen die we nodig hebben omdat we zo afhankelijk zijn van elkaar.


Kader: Sociale Energietransitie

De transitie van fossiele naar duurzame bronnen van energie is in volle gang. Op veel daken zien we zonnepanelen verschijnen en bij gemeenten worden plannen gemaakt om hele wijken van het aardgas af te halen. De energielasten voor komend jaar blijken een stuk hoger te worden dan vooraf geraamd. Goed om extra stil te staan bij de impact op huishoudens met lage inkomens die al een aanzienlijk deel van hun inkomen kwijt zijn aan energie. Wat betekent de energietransitie voor hen? Waar maken ze zich zorgen over? Wat is belangrijk? Je er iets bij voor kunnen stellen is niet voldoende!

Voorbij schijnparticipatie

Social design is niet geheel anders of volledig nieuw in de publieke sector. Wij zien het als een manier om participatie te laten werken. Voorbij schijnparticipatie. En als invulling van de manier om als overheid netwerkend te werken. Termen die we al kenden in overheidsland. Het gaat over open gesprekken aangaan en al itererend tot antwoorden komen. Om als ambtenaar het ‘moeten weten’ even los te kunnen laten. Om met elkaar problemen vanuit een ander perspectief te kunnen bekijken – we noemen dit reframen – en samen oplossingen ontdekken. Om te kunnen omgaan met problematiek die verandert terwijl je ermee bezig bent.

Nog geen liefde op het eerste gezicht

Hoewel wij vonden dat social design niet geheel nieuw of anders was, stuitte wat we inbrachten op meer weerstand dan wat wij hadden zien aankomen. ‘Maar moet ik dan zelf het gesprek met bewoners aangaan? Dat hoort niet bij mijn taakomschrijving’ was de reactie van een beleidsmedewerker. En ‘Burgers zien me aankomen met mijn vragen, zonder antwoorden!’

Toch hoorden we vanuit een paar gemeenten ook andere geluiden; ‘Energiebesparing = Armoedebestrijding’ vertelden Arjen Goodijk (fysieke domein) en Niels Heijne (sociale domein) van gemeente Leeuwarden ons. Een stelling waarmee het sociale domein van de gemeente in één keer betrokken was bij de energietransitie. Energiecoach Klaas Hofman is al bij honderden huishoudens langs geweest en heeft hen geholpen de energierekening flink omlaag te brengen. Eager als we zijn om van hun ‘best practice’ te leren was de grote vraag: hoe hebben ze het voor elkaar gekregen?

Ze zijn ‘gewoon begonnen, gewoon gaan doen’. Vanuit oprechte interesse hebben zij bewoners gesproken over hun zorgen en behoeften. Ze zijn bij hen thuis geweest om te ontdekken hoe met bescheiden middelen energie bespaard kon worden. In eerste instantie zijn ze ‘onder de radar’ begonnen. Eerst bij twee huishoudens om van hen te leren, pas daarna bij de rest van de wijk. Rijk beladen met persoonlijke verhalen en begrip van wat er nu echt speelt zijn zij vervolgens in andere wijken aan de slag gegaan.

Wij zien het voorbeeld uit Leeuwarden als prachtige manier hoe het participatiever kan. Verschillende belangen worden zo slimmer geïntegreerd en sluiten aan bij degenen die het betreft. Het werkt. Waarom is deze aanpak dan niet een best practice die we kopiëren? Waarom kopiëren we het concept ‘energiecoach’ an sich wel, maar hebben we weinig oog voor de manier waarop het concept invulling krijgt en waarom het in die context werkt? Met als gevolg dat het gekopieerde concept elders minder effectief is. We kiezen liever voor zekerheid: het bewezen concept in plaats van voor de onzekerheden die gepaard gaan met participatie.


Participatie, waarom dan?

Wij zijn niet de eersten en enigen die denken dat het participatiever kan en moet om nieuwe antwoorden te vinden op complexe vraagstukken. Zo staat de belofte van participatie op de website van Rijkswaterstaat mooi samengevat:

“De praktijk heeft uitgewezen dat ‘passende publieksparticipatie' leidt tot betere resultaten: verbetering van plannen, betere besluiten, meer draagvlak, minder bezwaren en uiteindelijk tijdwinst.”

Maar hoezo beter? Wat houdt ons dan nog tegen in de praktijk? Een veelheid aan invalshoeken levert toch ook veel gedoe en eindeloos praten op? Mensen weten toch helemaal niet wat ze willen? En kost dit niet veel meer tijd? Het vraagt echt naar elkaar luisteren. Echte dialoog. En het vraagt vertrouwen in elkaar en in het proces dat je samen tot nieuwe richtingen gaat komen als je hier doorheen beweegt, ook al zijn deze nog niet zichtbaar. En ja, aan de voorkant van het proces kost het inderdaad meer tijd. Je bespaart hiermee echter veel tijd en geld achteraf. Door de toegang tot informatie is tegenwoordig alles zichtbaar. Social media zorgen er daarnaast voor dat groepen mensen zich snel en gemakkelijk kunnen verenigen, en zo een duidelijke stem kunnen laten horen. In plaats van alle klachten achteraf te verwerken of allerlei gesprekken te voeren om bezwaren weg te nemen, is het veel goedkoper, minder verspillend, en minder tijdrovend deze vanaf het begin mee te nemen. Daarnaast creëer je met elkaar veel meer verbinding en eigenaarschap. Een basis die later ook van pas komt.

Passende participatie dus, ... maar hoe dan?

Wat wordt er dan bedoeld met ‘passende participatie’? Het idee van verschillende gradaties in participatie doet voor het eerst haar intrede in overheidsverband met de Participatieladder van Arnstein. Een provocerend stuk dat nu, vijftig jaar na dato, nog steeds actueel is. Wat we echter vaak zien is dat participatie pas begint nadat de meeste beslissingen al genomen zijn om zo ‘nog even wat draagvlak te regelen’. Het is geen echte participatie en heeft dus ook niet de effecten die worden beoogd. De onderste trede van de Participatieladder noemt Arnstein daarom ook ‘Manipulatie’.

Door de complexiteit van het vraagstuk is passende participatie dus niet communicatie via een brief aan alle bewoners van een wijk over wat er gaat gebeuren. Of een inspraakavond organiseren waar vooraf de beslissingen eigenlijk al gemaakt zijn. Of het ophalen van verschillende ideeën in een ‘beginspraak’ en daar niks of te weinig mee doen. Een participatief traject zorgt voor een traject met onzekerheden, omdat de uitkomst onbekend is. De uitkomst is immers afhankelijk van de input die je krijgt door participatie. Aannames die je had, laat je los wanneer ze niet bleken te kloppen.

Case: Woningcorporatie Trivire in Dordrecht

Een huizenblok van het gas af halen. Een behapbare opgave voor Woningcorporatie Trivire. 70% van de huurders laten tekenen en dan kon het doorgaan. Totdat Trivire erachter kwam dat hiermee de klimaatdoelstellingen nog steeds niet gehaald zouden worden. Er moest meer veranderen. Een onverwachte wending. Een team van Trivire, gemeente Dordrecht en warmteleverancier HVC ging hiermee aan de slag en veranderde uiteindelijk van perspectief: de bewoners werden centraal gezet en het open gesprek werd met hen gevoerd. Ze realiseerden zich dat ze alleen op deze manier konden begrijpen wat voor de bewoners belangrijk was, hoe zij omgaan met energie en wat dus de mogelijkheden waren om het energieverbruik verder te reduceren.

Passende participatie in het geval van een sociale energietransitie vraagt om leren en experimenteren. Om je eigen aannames ter discussie te stellen. En dus je eigen gelijk. Het leerproces vraagt ook om op een andere manier om te gaan met onverwachte wendingen. In plaats van ‘het implementeren van risico-mitigerende maatregelen’, ga je op zoek naar nieuwe inzichten en hoe die als hefboom kunnen werken voor het vormgeven van een meer wenselijke werkelijkheid. Het vraagt dus om creativiteit.

Case: Wijbedrijf Dieze in Zwolle

Het Wijbedrijf Dieze is een wijkonderneming opgezet door bewoners en partner-organisaties met als doel het ondersteunen van duurzame ontwikkeling van de wijk Diezerpoort. In deze wijk is sprake van wateroverlast doordat regenwater vanwege de ‘versteende tuinen’ niet goed opgevangen kan worden. Het Wijbedrijf is in samenwerking met ToekomstSterk, Deltares en Gemeente Zwolle een initiatief gestart ‘Flesje voor een Testje om zo bewustwording te stimuleren voor een klimaatbestendige wijk. Wat blijkt, van ‘groene’ tuinen kan het hemelwater afgekoppeld worden van het riool en hierdoor kunnen bewoners besparen op hun woonlasten.

Het vraagt om echt luisteren naar jouw omgeving. Het vraagt om jouw oprechte interesse, nieuwsgierigheid, tijd en aandacht. Ontdek eens wat het doet met jou en de ander op het moment dat je tijd voor iemand maakt en oprecht nieuwsgierig bent. Welke ideeën en idealen zitten er achter emotionele reacties waar je soms moeite mee hebt?

Case: Energiecoach Klaas Hofman in Leeuwarden

Als je aan Klaas vraagt wanneer hij bij een huishouden waar hij op bezoek is, begint over het energieverbruik, dan zegt hij ‘aan het eind van het gesprek’. Eerst gaat het over het koude weer, over de rekeningen; over wat voor hen belangrijk is. Pas als je daarvoor de ruimte maakt en de verbinding hebt, dan kan je het over energie gaan hebben.

Het begint met één-op-één gesprekken om te leren. Onderzoek hierin de zaken die de ander aan het hart gaan. Hun leven. Later deel je pas jouw ideeën en jouw idealen. Creëer hiervoor dan ook de juiste setting en ga niet in een zaal met publiek een verhaal zenden. Laat de illusie van representativiteit los. Op enquêtes reageert ook vaak maar 5% en op inspraakavonden komen meestal alleen de ‘usual suspects’. En in beide gevallen is er geen tot beperkte ruimte tot doorvragen.

Als voorwaarde voor participatie, volgens participatiewijzer.nl, dat anderen ‘kennis’ moeten hebben, vinden wij dan ook een vreemde. Iedereen heeft kennis. Iedereen is expert op het gebied van zijn of haar eigen ervaring. Verzamel inzichten en zo ga je langzaam de context van de problematiek en de uitdagingen zien. Experimenteer vervolgens samen met een eenvoudige eerste uitwerking van oplossingsrichtingen (in design termen: prototypes) en verzamel ook nu weer de inzichten van wie dit aangaat. Werkt het niet, probeer dan iets anders.

Heb daarnaast een realistisch beeld van wat ‘opschalen’ betekent. Ook in Leeuwarden gaat het ‘opschalen’ niet vanzelf. Iedere wijk blijft anders. En Klaas als persoon blijkt een belangrijk onderdeel van het succes. Het verder verspreiden van het concept blijft dus weerbarstig en vergt geduld, aanpassen, aandacht en energie.

Practice what you preach

Onze intentie was – en is nog steeds – om ambtenaren te inspireren met de werkwijze van ontwerpers. Het is geen rocket-science riepen we en we hadden het over ‘gewoon doen’. Dat bleek lastiger dan wij hadden verwacht. We hebben veel geleerd over wat het betekent om bij een gemeente te werken en waarom sommige methoden uit de ontwerpwereld (nog) niet goed passen of erg spannend zijn. We hebben nog steeds een sterk gevoel dat de manier van werken van ontwerpers kan bijdragen in complexe vraagstukken, maar dat daarvoor ‘het vak ontwerpen’ en ontwerpers zelf ook moeten doorontwikkelen. Dat wij moeten doorontwikkelen. De lessen gaan over participatie, omdat wij social design zien als manier om participatiever te werken.

Onze belangrijkste les is dat de gevoelde beschikbare ruimte nog moet groeien. Ruimte om echt contact te maken vanuit niet weten en vervolgens wat te kunnen doen met hetgeen wat in dat contact ontstaat. En niet alleen contact buiten de gemeente, maar ook onderling: het fysieke domein en het sociale domein. We horen wel eens dat we ambtenaren nodig hebben met lef. Dat is misschien zo, maar we geloven ook dat er nog te weinig steun is voor diegenen die het anders doen. Vandaar dat het nog ‘onder de radar’ moet plaatsvinden.We hopen dat dit artikel een respectvolle beschouwing is, die werelden dichter bij elkaar brengt en ruimte creëert voor de volhouders en lefgozers die we hebben ontmoet. Wij blijven ons inzetten voor het door ontwikkelen van ‘het tussengebied’ tussen ontwerpers en publieke organisaties*. En ondertussen helpen we processen graag naar het punt dat we in ieder geval het zelf niet meer weten. Want dan pas staan wij open. * Vera Winthagen (Doen Denken, 2017) en André Schaminée (Designing with and within public organisations, 2018) publiceerden beide een boek over dit relatief nieuwe ‘tussengebied’. “Het gat wordt vaak onderschat” aldus Kees Dorst in het voorwoord van Designing with and within public organisations.

Over het project

De Community of Practice ‘energietransitie voor huishoudens met een smalle beurs’ bestond uit achttien middelgrote gemeenten en, wisselend aangesloten, netbeheerders, rijksoverheid en kennisinstellingen. De deelnemende gemeenten hadden projecten opgezet voor deze kwetsbare doelgroepen. Wij zijn, in opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Topsector Energie, met ambtenaren uit de gemeenten opgetrokken. Een traject waarin de vaardigheden, mindset en methodieken van ontwerpers werden aangereikt.

Geschreven met Michiel Prins

Werkt als ontwerper samen met publieke organisaties aan maatschappelijke vraagstukken, met een focus op de energietransitie. Voorheen innovator bij een energieleverancier.

"Samenwerken met TINH vraagt om vertrouwen, loslaten & reflectie. Het vraagt om verder durven gaan dan de reeds gebaande paden. Altijd met een belangrijke inzichten en duurzame oplossingen als resultaat."

—  Michiel Prins, CreatingPerspective